Zoetwatervissen kunnen beter tegen oplopende temperaturen dan zoutwatervissen

- EN- NL

Vissen die in rivieren, sloten en beken voorkomen, kunnen beter tegen water dat warmer wordt dan vissen in de zee. Dat blijkt uit onderzoek van ecoloog Wilco Verberk van de Radboud Universiteit. ’Het is dus belangrijk om vissen uit zoet en zout water niet over een kam te scheren bij het doen van voorspellingen over de gevolgen van het opwarmen door klimaatverandering.’

Voor zijn onderzoek bracht Verberk data samen uit meer dan 300 studies over meer dan 500 soorten vissen. Uit zijn analyses blijkt dat zoetwatervissen zich beter kunnen aanpassen aan veranderende watertemperaturen. Verberk: ’Op zich is dat niet heel verrassend: de watertemperaturen in rivieren en beekjes veranderen door de seizoenen heen veel meer dan bijvoorbeeld in de zee. Het is dus ook evolutionair gezien logisch dat zoetwatervissen beter zijn uitgerust om met wisselende temperaturen om te gaan.’

Maar die flexibiliteit in hittetolerantie, was niet alleen te verklaren doordat de temperatuur van het water waar in ze zwommen meer fluctueerde. ’Zoetwatervissen kunnen het beter dan je zou verwachten op basis van temperatuurfluctuaties. Zoetwatervissen hebben dus iets extra waardoor ze een streepje voor hebben op zeevissen.’

Visserij

Wat dat dan is, heeft Verberk niet onderzocht, maar hij heeft er wel ideeën over: ’Ik kan me voorstellen dat het de zuurstofhuishouding te maken heeft. In zoet water is niet alleen de tempertuur, maar ook het zuurstofgehalte variabeler dan in zout water, en we weten dat vissen die goed kunnen omgaan met minder zuurstof, ook beter tegen hogere temperaturen kunnen.’

Vooralsnog laat het onderzoek zien dat de vissen in de zee meer last zouden kunnen hebben van klimaatverandering dan zoetwatervissen. Daar komt nog wel bij dat niet alleen temperatuurtolerantie een rol speelt, maar ook de mate van blootstelling. ’Veel mensen zijn afhankelijk van vissen als bron van eiwitten’, legt de ecoloog uit. ’Ons onderzoek laat zien dat dat experimentele metingen in het lab goed overeen stemmen met de temperaturen waaraan vissen in hun verspreidingsgebied worden blootgesteld. Door opwarming zal dan ook de verspreiding van veel soorten opschuiven, wat de voedelzekerheid in gevaar brengt.’