Bindend studieadvies zorgt niet voor studiesucces

- EN- NL
Het bindend studieadvies (BSA) helpt studenten niet om vaker of sneller af te studeren. Sterker nog: de invoering van het BSA leidt tot een kleine daling in de kans dat studenten een universitair diploma behalen. Dat blijkt uit onderzoek van econoom Sander de Vries.

Jaarlijks krijgt ongeveer een op de vijf eerstejaars universiteitsstudenten een negatief bindend studieadvies. Deze regeling houdt in dat een student in het eerste studiejaar een minimumaantal studiepunten moet halen om met de opleiding door te mogen gaan. Het idee achter het BSA is dat studenten die minder goed presteren, eerder overstappen naar een opleiding waarin hun kans op succes groter is. Daarnaast moet het BSA studenten stimuleren om zich vanaf het begin voldoende in te zetten.

Eerste grootschalige onderzoek naar BSA

Omdat de effectiviteit van het bindend studieadvies nauwelijks was onderzocht, besloot econoom Sander de Vries dit nader te analyseren. Op basis van microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onderzocht hij de effecten van de invoering van het BSA in 351 universitaire opleidingen, onder 712.384 bachelorstudenten die tussen 1994 en 2014 aan een universiteit begonnen. In zijn analyse keek hij naar kortetermijneffecten, zoals uitval en instroom, en naar langetermijneffecten zoals diplomering en studieduur. Daarmee is dit het meegrootschalige onderzoek tot nu toe naar de effectiviteit van het BSA.

Meer uitval maar niet meer afgestudeerden

De Vries stelt vast dat na invoering van het BSA meer studenten in het eerste jaar stoppen met hun opleiding. De uitval stijgt met 7,5 procentpunt. Tegelijkertijd daalt het aandeel studenten dat de oorspronkelijke opleiding uiteindelijk afrondt met 3,6 procentpunt. De Vries: "De analyse laat zien dat ongeveer de helft van de extra uitvallers hun studie zonder BSA waarschijnlijk wél had afgemaakt. Daarmee treft het BSA dus niet alleen studenten met een kleine kans van slagen, maar ook studenten die hun opleiding waarschijnlijk succesvol hadden kunnen afronden."

Ook op de langere termijn leidt het BSA niet tot meer studiesucces. De invoering ervan verlaagt de uiteindelijke kans op een universitair diploma zelfs met ongeveer 1,4 procentpunt. Daarnaast blijft de gemiddelde afstudeertijd in de oorspronkelijke opleiding onveranderd. Ook de totale tijd die studenten in het hoger onderwijs ingeschreven staan, verandert vrijwel niet. Het BSA maakt studenten dus niet aantoonbaar succesvoller of sneller. "Deze resultaten staan in contrast met het standpunt van de Universiteiten van Nederland (UNL) dat het BSA het studiesucces bevordert", concludeert de Vries.

Weinig voordelen, maar aanzienlijke nadelen

Tot slot stelt de econoom dat het BSA andere aanzienlijke nadelen kent. Het zou de werkdruk verhogen onder programmaleiders omdat zij slecht presterende studenten tijdig moeten waarschuwen en begeleiden. Ook juridische procedures, waarin studenten het negatieve advies aanvechten, zou kostbare tijd in beslag nemen. Voor studenten betekent het BSA dat zij hun opleiding van voorkeur niet altijd kunnen voortzetten. Daarnaast bestaan er zorgen over mogelijke negatieve effecten op hun mentale gezondheid. Per saldo lijken er volgens De Vries daarom voor zowel studenten als instellingen weinig voordelen, maar wel aanzienlijke nadelen aan het bindend studieadvies te zitten.

In economenvakblad ESB staat een uitgebreide analyse over het BSA. Deze studie is onderdeel van het promotietraject van Sander de Vries. Hij verdedigt zijn proefschrift aanstaande woensdag 1 april. Meer informatie vind je hier.