Dat blijkt uit het onderzoek ’Leren van demonstreren:Een onderzoek naar nieuwe manieren van demonstreren en wat die betekenen voor de inzet en aanpak van de politie’ van Bureau Beke en de Vrije Universiteit Amsterdam, waaraan politiesocioloog Jaap Timmer van de VU meewerkte.
Het overgrote deel van de demonstraties verloopt vreedzaam: 97 procent blijft zonder geweld. Toch is de dynamiek volgens de onderzoekers grilliger, complexer en minder voorspelbaar geworden. Er is niet zozeer sprake van volledig nieuwe groepen, maar van nieuwe manieren van demonstreren. Decentrale organisatie, mobilisatie via sociale media, snelle opschaling en hybride actievormen - variërend van vreedzame manifestaties tot disruptieve snelwegblokkades - zetten bestaande werkwijzen van politie en bestuur onder druk.
Breed onderzoek naar veranderend demonstratielandschap
Het onderzoek geeft op een brede en systematische wijze inzicht in recente ontwikkelingen rond demonstraties en grootschalige ordeverstoringen. Centrale vraag is: welke veranderingen zien we in het demonstratielandschap, wie zijn de betrokken groepen, wat betekent dit voor politie en bevoegd gezag en hoe kan hier in de toekomst succesvol op worden geanticipeerd?
Voor het onderzoek combineerden de onderzoekers literatuurstudie, media-analyse, 75 expertinterviews, een secundaire analyse van politieregistraties en een landelijke survey onder 874 ME’ers. Daarnaast werden casusreconstructies gemaakt en demonstraties geobserveerd. Zo ontstaat volgens de onderzoekers een integraal beeld van demonstranten, ordeverstoorders en de bestuurlijke en politie-omgang daarmee.
Een van de bevindingen is dat vreedzame demonstraties regelmatig worden ’gekaapt’ door groepen die uit zijn op confrontatie of geweld. Onder aangehouden verdachten domineren jongvolwassen mannen; een aanzienlijk deel is al eerder bekend bij de politie.
Politie ervaart demonstraties als zwaarder en minder voorspelbaar
Uit de survey onder ME’ers blijkt dat recente demonstraties door hen als zwaarder, minder voorspelbaar en mentaal belastender worden ervaren. Ook signaleren respondenten handelingsverlegenheid, bijvoorbeeld door juridische onzekerheid, framing en doxing.
Volgens veel ondervraagde agenten sluiten bestaande politiestrategieën onvoldoende aan bij de nieuwe realiteit. Het rapport pleit daarom voor een herijking van strategie en inzet. Niet méér blauw op straat, maar wat de onderzoekers omschrijven als "slim en communicatief blauw": vroegtijdig contact met demonstranten, betere informatieposities en meer flexibele inzet van handhaven netwerken en van flex-ME.
Spanningsveld voor burgemeesters
Ook bestuurlijk blijkt de situatie complexer te worden. Burgemeesters opereren volgens het onderzoek in een spanningsveld tussen het grondwettelijk demonstratierecht en hun verantwoordelijkheid voor de openbare orde. Verschillen in interpretatie en toepassing van bevoegdheden leiden tot uiteenlopende besluitvormingspraktijken.
De onderzoekers signaleren daarom behoefte aan meer uniforme richtlijnen, betere informatievoorziening en versterking van bestuurlijke expertise.
Aanbevelingen voor politie en bestuur
Het rapport doet verschillende aanbevelingen om beter met de veranderende demonstratiepraktijk om te gaan. Zo pleiten de onderzoekers voor betere en eerdere informatievergaring en -duiding, sterkere communicatieve en preventieve strategieën en de ontwikkeling van een landelijk afwegingskader voor complexe demonstraties.
Daarnaast wordt geadviseerd te investeren in opleiding en ondersteuning van burgemeesters en AOV’ers en om ook bij demonstranten het bewustzijn te stimuleren van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en van hun rechten én plichten.
Democratisch grondrecht centraal
Tegelijk benadrukt het onderzoek dat demonstreren een fundamenteel grondrecht blijft. Het waarborgen daarvan vraagt volgens de onderzoekers om een genuanceerde en contextgevoelige benadering waarin vrijheid en veiligheid in balans blijven.
Alleen zo blijft demonstreren mogelijk: niet als strijdtoneel, maar als uiting van democratische betrokkenheid en als middel voor belangenbehartiging.