Wie is verantwoordelijk voor een botsing met de zelfrijdende auto?

- EN- NL
 (Image: Pixabay CC0)
(Image: Pixabay CC0)

Het is het jaar 2040. Je hebt zojuist voor het eerst een zelfrijdende auto gekocht: een knap staaltje AI als je het jou vraagt. Tijdens je eerste rit voel je je als een kind met nieuw speelgoed. Een paar dagen later rijdt je auto een fietser aan. Ben jij daar verantwoordelijk voor, ook al zat je niet achter het stuur? Is hier eigenlijk wel over nagedacht?

AI-wetenschapper Lotte van Elteren stelt in haar onderzoek kritische vragen over menselijke grenzen bij AI. ’We zijn meer bezig met antwoorden te vinden via kunstmatige intelligentie dan er vragen over te stellen’, begint ze.

Met haar publieksboek Ik, AI wil ze een duwtje in de goede richting geven. Het is een boek waarmee je even op de rem trapt en een stapje terugdoet. Een boek dat bevraagt hoe we menselijke waarden, zoals verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid, terugzien in de wetenschap. Dat vragen stelt over wat AI eigenlijk is. Hersenwetenschappers, onderwijsdeskundigen, medisch onderzoekers, filosofen; vanuit alle hoeken laat ze wetenschappers aan het woord die prikkelende invalshoeken bieden. ’Eigenlijk hoop ik dat mensen na het lezen van mijn boek juist méér vragen hebben dan daarvoor’, zegt van Elteren.

Wanneer is AI betekenisvol?

Van Elteren stelt in haar onderzoek altijd de vraag wat een gezonde interactie tussen mens en machine is en wat we van het menselijk brein mogen verwachten. ’Uiteindelijk willen we dat een AI mensen ondersteunt, maar niet vervangt’, zegt Van Elteren. Daarom moeten we niet alleen vragen stellen over ’hoe gaan we die zelfrijdende auto bouwen’, maar vooral: ’wat doet het straks met de banen van taxien vrachtwagenchauffeurs?’ ’Welke nieuwe vormen van sociale ongelijkheid kunnen we verwachten?’ ’Wie is er verantwoordelijk na een ongeluk’’ Kortom, wie wordt er uiteindelijk beter van dat voertuig? En kan het ons op persoonlijk vlak helpen groeien? Die discussie moet op gang komen.

Wat verstaan we ook alweer onder AI

En om de discussie op gang te helpen is een kleine opfrisser over wat kunstmatige intelligentie ook alweer is geen gek idee. ’Heel breed gezegd helpen AI’s om bepaalde menselijke taken te automatiseren’, verduidelijkt Van Elteren. Maar ze benadrukt dat commerciële partijen het nu vooral bekend maken met taalmodellen zoals ChatGPT. ’Die partijen maken AI’s omdat het kán, omdat er geld mee verdiend kan worden. Maar het zijn niet per sé AI’s waar de mensheid naar vraagt’, zegt Van Elteren. Het is wel een reden dat we negen van de tien keer aan ChatGPT denken als we het over AI hebben. ’Met mijn boek wil ik laten zien dat kunstmatige intelligentie juist géén eenzijdig verschijnsel is, maar een verzameling technieken die allemaal andere vragen oproepen’, zegt Van Elteren.

Waarom geloven we de machine zo snel?

Daarom laat ze in Ik, AI zoveel mogelijk vakgebieden aan het woord. Bijvoorbeeld over hoe kunstmatige intelligenties in de medische wereld voor een automation bias zorgen: de neiging van mensen om AI te vertrouwen omdat het zo vaak gelijk lijkt te hebben. ’Als een arts duizenden keren een perfecte diagnose ziet met behulp van AI, wordt het steeds moeilijker om bij geval 3001 de machine kritisch tegen te spreken’, verduidelijkt Van Elteren. Om die reden werkt een van de onderzoekers uit het boek aan zogenaamde reflection machines : systemen die artsen dwingen om opnieuw na te denken. Bijvoorbeeld door te vragen: " Zou je dezelfde diagnose stellen als de patiënt vijf jaar jonger was? " Een kleine vraag, met grote gevolgen: het herinnert de mens eraan verantwoordelijkheid te dragen. Want laat het duidelijk zijn, kunstmatige intelligentie heeft geen ervaringswereld, het bestaat alleen uit statistiek.

AI maakt ons soms langzamer in plaats van sneller

Veel mensen ervaren grotere werkdruk door kunstmatige intelligentie. Je denkt: "m’n collega’s gebruiken het, dus ik moet mee". Maar Van Elteren noemt een onderzoek uit het boek dat iets opmerkelijks laat zien: mensen die AI gebruiken, bijvoorbeeld programmeurs, blijken vaak juist langer met hun taken bezig te zijn. Dat komt omdat je het AI-werk altijd moet controleren, en die controle kost tijd. Daaronder dreigt een ander probleem: de-skilling. Als we een vaardigheid lang genoeg aan AI overlaten, verleren we het. En juist die kritische blik hebben we nodig om de AI-bevindingen te blijven controleren.

Blijf zelf op de rem trappen

Van Elteren benadrukt dat Ik, AI geen handleiding is over hoe je met kunstmatige intelligentie om moet gaan. Het helpt je vooral te begrijpen wat er op het spel staat en dat je weet waar je over na kunt denken als je AI gebruikt. ’Zelfs bij het kleinste stukje verantwoordelijkheid die je uit handen geeft aan AI moet je eerst inzien wat je aan het doen bent’, concludeert van Elteren. En daarvoor moeten we af en toe even op de spreekwoordelijke rem van de zelfrijdende auto trappen.