Methaanuitstoot van grachten wordt onderschat

- EN- NL

De methaanuitstoot van grachten uit vijf grote Nederlandse steden wordt onderschat. Dat betoogt microbioloog Koen Pelsma, die op dat onderwerp op 13 december promoveert aan de Radboud Universiteit.

In de berekeningen van methaanuitstoot van wateren is nog veel te weinig bekend over de uitstoot van stedelijke wateren zoals grachten, vindt onderzoeker Koen Pelsma. ’Er wordt veel naar landbouwwateren gekeken en dat is uiteraard heel belangrijk, maar bijvoorbeeld grachten in de stad worden daarbij een beetje vergeten. We hebben bepaalde aannames over dat water, maar tot mijn onderzoek was er in Nederland nog niet in de grachten gemeten. ’

Kernennemer

Voor zijn onderzoek trok Pelsma met een kernennemer (een soort plastic buis waarmee je een monster van water en de bodem kunt nemen) en een drijvende meetkamer om de methaanuitstoot te meten naar de grachten van Amsterdam, Zaandam, Leiden en Zwolle. Hij haalde bodemmonsters naar boven en onderzocht ze in het lab: welke microben leven in de grachten en wat doen ze daar precies?

Alle grachten bleken verschillend, maar ze bevatten wel allemaal methaanetende microben. ’Dat betekent dus dat er methaan is, anders zouden die microben er niet zitten’, legt de onderzoeker uit. Hij bepaalde daarbij de hoeveelheid methaanuitstoot en de waterkwaliteit en zag dat grachten van vijf van de zes onderzochte steden methaan lieten ontsnappen. ’We hebben daarbij de bubbels die je weleens in sloten en grachten omhoog ziet komen niet eens gemeten. Mensen denken dat dat vissen zijn, maar het is methaan. En die bubbels zijn waarschijnlijk verantwoordelijk voor een groot deel van de methaanuitstoot.’

Biofilm

Pelsma schraapte ook wat van de slijmlaag (biofilm) die je op de wanden van kades ziet voor onderzoek. ’Als je kijkt naar schilderijen uit de 17e eeuw, dan zie je daar ook al de biofilm op de kadewanden zitten. We weten dus al heel lang dat het er is, maar het was nooit onderzocht.’ In de biofilm vond de microbioloog tevens methaanetende bacteriŽn.

Voor onze deur

Er is meer onderzoek nodig om in kaart te brengen waar het methaan in de grachten vandaan komt, en hoe we die uitstoot kunnen verminderen. ’Grachten zijn hele specifieke omgevingen. Er is geen bedding, er is geen oever, er zijn steile wanden die van hout, steen of beton zijn en de stroming is ook totaal anders dan bijvoorbeeld in een rivier of een beek. Er varen boten doorheen, die constant het leven op en onder water beroeren.’†

’Van het kleinoppervlaktewater (dus dat zijn niet de rivieren en de meren) is 12,5% stedelijk. We weten op dit moment niet wat van die wateren de uitstoot is.†

Volgens Pelsma wordt nu te veel aangenomen over de uitstoot van grachten, maar wordt niet onderzocht hoe het precies zit. ’Terwijl ze gewoon voor onze deuren liggen. We gaan wel naar meren in Groenland om te meten, maar vergeten onze eigen achtertuin.’