Wat lichaamslengte zegt over de ontwikkeling van onze welvaart en gezondheid

- EN- NL
(© Beeld: Depositphotos)
(© Beeld: Depositphotos)

Groeide je als jongen rond 1850 op tussen zusjes? Dan werd je waarschijnlijk langer dan een jongen die alleen maar broertjes had. Iemands lichaamslengte zegt veel over de kwaliteit van het leven in de eerste twintig jaar. Door ondervoeding, ziekte en zware arbeid kunnen mensen in hun groei geremd worden. Historicus Björn Quanjer onderzocht hoe de lengte van Nederlandse mannen tussen 1850 en 1950 werd beïnvloed door de huishoudens waarin ze opgroeiden. Quanjer promoveert op 1 mei aan de Radboud Universiteit.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw verbeterde de levensstandaard in Nederland enorm. Betere gezondheidszorg, hogere lonen, elektriciteit en verwarming, verplicht onderwijs en betere voeding. Een veelgebruikte graadmeter om de vooruitgang in met name gezondheid te meten, is levensverwachting. ’Maar dat zegt heel weinig over hoe gezond je bij leven was’, legt historicus Bjorn Quanjer uit. ’Lichaamslengte daarentegen is een samenvatting van de eerste twintig jaar van een leven. Schoon drinkwater, goede riolering en huisvesting, hygiëne en vaccinatie: het heeft allemaal invloed op lengte.’

Quanjer onderzocht hoe factoren binnen het huishouden invloed hadden op de lichaamslengte van een individuele volwassene. Daarvoor combineerde hij gegevens uit de Historische Steekproef Nederland (HSN) - een database met tienduizenden individuele levensgeschiedenissen van mensen die tussen 1812 en 1922 werden geboren - met gegevens uit dienstplichtregisters, waarin de lengte van Nederlandse mannen uit de periode 1850 -1950 tijdens de keuring werd genoteerd.

Broertjes en zusjes

Uit zijn data destilleerde Quanjer verschillende interessante factoren die een rol spelen bij de lengte die een volwassen Nederlandse man bereikt. ’Een Nederlands huishouden in de negentiende eeuw had beperkte middelen. Meer broertjes en zusjes betekende simpelweg kleinere porties eten en drinken. Jongens in een huishouden met minder kinderen werden langer’, zegt Quanjer. ’Wat ook uitmaakt, is of een jongen opgroeide tussen zusjes of broertjes. Jongens met alleen zusjes werden langer. Misschien waren zij beter in staat om hun portie op te eisen. De samenstelling van een huishouden maakt dus zeker uit.’

Quanjer onderzocht ook de impact van het overlijden van ouders op de lengte van kinderen. Met name het overlijden van moeders had een negatief effect: jongetjes tussen de 5 en 12 jaar bleven in hun groei achter op leeftijdsgenoten, doordat ze zorg, zoals gezonde voeding en hygiëne, misten. ’Dit toont aan hoe informatief lichaamslengte is’, zegt Quanjer. ’Eerder onderzoek dat keek naar sterfte van kinderen liet zien dat het overlijden van de moeder vanaf het vijfde levensjaar niet meer uitmaakt. Maar in lengte zie je wel degelijk een effect op gezondheid.’

Stagnatie

Rond 1850 was de gemiddelde lengte van mannen in Nederland 1,68 meter, het absolute dieptepunt in de Nederlandse lengtegeschiedenis. Inmiddels is de gemiddelde Nederlandse man 1,84 meter. ’We zijn er dus duidelijk op vooruit gegaan, maar die toename is nu wel gestagneerd’, zegt Quanjer. ’Dat zou kunnen betekenen dat we weer ongezonder worden. Mijn onderzoek laat zien dat lengte een interessante indicator is voor gezondheid en welvaart. Als we factoren die van invloed zijn op lengte beter begrijpen, kunnen we die kennis ook gebruiken om gezondheid en welvaart in regio’s die lastig te bereiken zijn beter in kaart te brengen.’