Cruciale behoefte aan meer ondersteuning voor naasten van kankerpatiŽnten in laatste levensfase

In nieuw promotieonderzoek van Laurien Ham wordt aandacht besteed aan de vaak onderbelichte groep rondom kankerpatiŽnten: de naasten. Het onderzoek, uitgevoerd aan Tilburg University i.s.m. Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL), belicht de emotionele, sociale en existentiŽle uitdagingen waar naasten van patiŽnten met ongeneeslijke kanker mee geconfronteerd worden in het laatste levensjaar van hun dierbare.

Significante afname emotioneel welzijn naasten in laatste levensfase

De resultaten van het onderzoek van Ham tonen aan dat het emotioneel welzijn van naasten significant afneemt gedurende de laatste levensfase. Factoren zoals slaapproblemen bij de patiŽnt en het ontvangen van mogelijk niet-passende zorg door de patiŽnt, kunnen een negatieve invloed hebben op het emotioneel welzijn van naasten. Daarentegen kan meer continuÔteit van zorg, inclusief een vast aanspreekpunt voor zowel patiŽnt als naaste, bijdragen aan een minder sterke afname van het welzijn. Een gebrek aan voldoende ondersteuning vanuit zorgverleners, gecombineerd met een toenemende druk op mantelzorgers door maatschappelijke ontwikkelingen, versterkt het probleem. Hams studie wijst uit dat er een dringende behoefte is aan meer kennis en ondersteuning voor naasten, specifiek gericht op het herkennen en omgaan met de lichamelijke en emotionele klachten van hun dierbare.

Steun voor patiŽnt ťn naaste

Ham benadrukt het belang van een holistische benadering in de zorg, waarbij zorgverleners niet alleen de patiŽnt maar ook de naasten ondersteunen. In haar proefschrift roept zij dan ook op tot een brede erkenning van de rol die zowel formele zorgverleners als de sociale omgeving van naasten spelen in het bieden van ondersteuning. ’Naast goede zorg voor de patiŽnt in de laatste levensfase is het essentieel dat diens naasten ondersteuning krijgen. Zorgverleners hebben daar een rol, maar ook de mensen om naasten heen en informele zorgverleners zijn belangrijk in deze ondersteuning,’ aldus Ham. Door naasten te betrekken in proactieve zorgplanning, ook hun wensen en behoeften daarin vast te leggen en hen te wijzen op beschikbare ondersteuningsmogelijkheden, kan er gezamenlijk worden gewerkt aan een verbetering van het welzijn van naasten in deze uitdagende periode.