Wat betekent ’einde derogatie’ voor de Nederlandse landbouw en natuur?

Derogatie is een verruiming van de hoeveelheid dierlijke mest die op het land uitgereden mag worden, als dat geen nadelige gevolgen heeft voor het milieu. De Nitraatrichtlijn van de EU heeft tot doel om de nitraatuitspoeling uit de landbouw naar het gronden oppervlaktewater te verminderen. Om die reden mogen boeren maximaal 170 kilogram stikstof per hectare per jaar via dierlijke mest toedienen aan landbouwgronden. Lidstaten mogen van deze maatregel afwijken (derogatie) als ze met objectieve criteria kunnen aantonen dat ze geen afbreuk doen aan de doelstellingen van de Nitraatrichtlijn.

Nederland heeft sinds 2006 derogatie gekregen, zodat er meer mest (230 kilo stikstof op zandgrond, 250 kilo elders) mag worden uitgereden op grasland. De regering toonde aan dat grasland in Nederland een lang groeiseizoen heeft en een hoge stikstofopname. Bovendien wordt in de graslandbodem nitraat vrij snel omgezet in het onschadelijke stikstofgas. Daardoor is 250 kilo stikstof per hectare per jaar via dierlijke mest verantwoord. Tot dusverre verleende de EU daarop Nederland derogatie. Volgens de Nederlandse regering gelden deze criteria voor verkrijging van derogatie nog steeds. Alleen melkveehouders met minimaal 80% grasland krijgen derogatie.

Waarom trekt de EU de derogatie dan mogelijk in?

De EU vindt dat Nederland niet voldoende doet om de waterkwaliteit te verbeteren. Daarom wil de EU de derogatie in de komende drie jaar gestaag afbouwen. In de periode vanaf de start van derogatie (2006) tot 2019 was de gemiddelde nitraatconcentratie onder gronden van bedrijven die meedoen aan derogatie beneden de nitraatnorm (50 mg nitraat per liter). Maar door droogte in de afgelopen jaren groeit het gras minder snel, en verloopt de omzetting van nitraat naar stikstofgas in de bodem ook minder vlot. Daardoor stijgen de nitraatconcentraties in gronden oppervlaktewater weer. Daarom moet de gift van dierlijke mest terug van 250 naar 170 kilo stikstof per hectare per jaar.

Wat zijn de gevolgen?

  • Ten eerste neemt het mestoverschot in Nederland waarschijnlijk toe. Veehouders kunnen minder mest kwijt op het land en moeten meer mest afvoeren naar elders. Dat leidt tot extra kosten voor de boeren. Daarmee neemt het risico op mestfraude ook toe. Nu is het wel zo dat de totale mestproductie in Nederland de afgelopen jaren licht daalde. Met name de hoeveelheid varkensmest neemt af. Als die trend doorzet, komt er meer vraag bij akkerbouwers naar koemest. De verwachting is echter dat die extra vraag niet opweegt tegen de plotselinge verruiming van het mestaanbod door stopzetting van derogatie.
  • Ten tweede gaan de boeren die tot dusverre derogatie hadden, de komende jaren waarschijnlijk grasland deels omzetten in bouwland. Een hectare mais levert namelijk meer eiwitarm veevoer op dan een hectare gras. Omdat een hectare mais minder stikstof opneemt dan een hectare gras, zal de nitraatuitspoeling naar het grondwater toenemen. Ook kan de omzetting van grasland in bouwland leiden tot minder biodiversiteit op het boerenland.
  • Maar meer eiwitarm veevoer, als gevolg van de verschuiving van grasnaar bouwland, leidt tot een kleiner stikstofoverschot op veeteeltbedrijven en tot iets lagere ammoniakemissies. Daarom is afschaffen van derogatie wat dat betreft wél een beetje beter voor de Nederlandse natuur.
  • Ten vierde neemt gebruik van kunstmest toe. Het mestbeleid begrenst het gebruik van dierlijke mest. Als dat tot lagere opbrengsten en verlies van bodemvruchtbaarheid leidt, gaan boeren meer kunstmest strooien. De productie van kunstmest vraagt veel energie, vooral door gebruik van aardgas. Om de klimaatdoelen te halen, moeten de boeren juist minder kunstmest strooien. Meer kunstmest staat ook haaks op de visie over kringlooplandbouw. Een betere benutting van dierlijke mest in combinatie met lagere aanvoer van kunstmest sluit aan bij het streven naar sluiten van de kringloop.
  • Conclusie

    Op het eerste gezicht lijkt het opheffen van derogatie goed voor het milieu - het is immers een daling van 250 of 230 naar 170 kilo stikstof per hectare per jaar op grasland. Maar door onbedoelde effecten levert de maatregel waarschijnlijk geen milieuvoordeel op. Als boeren grasland gaan omzetten naar bouwland, daalt de waterkwaliteit zelfs. En als boeren door deze beperking meer kunstmest gaan gebruiken, druist dat in tegen de klimaatdoelen en tegen verder hergebruik van nutriënten in de landbouw (kringlooplandbouw). Alleen de ammoniakemissies kunnen iets dalen. -Einde derogatie- zorgt vooral voor extra kosten (mestafzet) voor de boeren.

    Op 5 september 2022 maakte de EU bekend dat Nederland de derogatie moet afbouwen. Twee Wageningse onderzoekers op het gebied van duurzaam bodemgebruik en diervoeding duiden in dit artikel de gevolgen van het stopzetten van derogatie bij ongewijzigd beleid. Dit verhaal gaat niet in op de vraag welk (aanvullend) beleid ervoor kan zorgen dat de Nederlandse landbouw aan de nitraatrichtlijn gaat voldoen. Dat staat in het memo: Kansen van de stikstofaanpak voor het doelbereik van de KRW voor nutriënten.