Het geheim van Martin van den Brink is samenwerken

- EN- NL
Martin van den Brink. Foto: ASML
Martin van den Brink. Foto: ASML
’De regie houden, alle stukken samenvoegen en uiteindelijk een werkende machine krijgen, dat is ultiem teamwerk’

Oud-president van ASML Martin van den Brink ontvangt op 13 juni een eredoctoraat van de faculteit Mechanical Engineering, tijdens de TU/e Research Day 2024.

Aan de verdiensten van Martin van den Brink, sinds kort oud-CTO en oud-president van ASML en technologisch visionair, twijfelt niemand meer. Zijn vasthoudendheid en vermogen om slimme technische mensen van meerdere bedrijven te laten samenwerken, waren een voorwaarde voor het succes van ASML, de wereldberoemde chipmachinefabrikant uit Veldhoven. Op de TU/e Research Day ontvangt hij daarvoor een eredoctoraat van de faculteit Mechanical Engineering. Erepromotor Patrick Anderson: "Martin van den Brink is een ambassadeur voor multidisciplinair samenwerken in de techniek."

In aanloop naar de TU/e Research Day op 13 juni sprak ik met Martin van den Brink, Patrick Anderson , decaan van de faculteit Mechanical Engineering, en Maarten Steinbuch , universiteitshoogleraar Control Systems Technology. Zij zijn de erepromotoren van Van den Brink. Het werd een mooi gesprek over samenwerking in de techniek, system engineering en hoe je daarmee je doelen behaalt.

Waar begon de interesse in techniek?

Van den Brink: "Als kind wilde ik al graag weten hoe elektrische appraten werken en gemaakt worden. Dus haalde ik ze thuis uit elkaar en zette ik ze weer in elkaar. Dat lukte niet altijd goed, maar het was wel leerzaam."

Die drang naar kennis bleef de rode draad in zijn loopbaan. "Toen ik net bij Philips werkte en een folder over de waferstepper zag, was ik direct geïnteresseerd. Dit apparaat was een complexe integratie van vele verschillende technologieën. Ik moest weten hoe het in elkaar zat. Zo kwam ik bij ASML terecht, en de rest is geschiedenis."

Samenwerken als basis

Veel van wat er bij chipmachinefabrikant ASML gelukt is op technologisch gebied, heeft de grenzen verlegd van wat er mogelijk is. Deels vanuit de verenigde kennis en kunde van alle ingenieurs, deels door Van den Brinks doorzettingsvermogen en blik naar de toekomst. Hoe kreeg hij dat voor elkaar?

"Ik wil zoveel mogelijk snappen en bemoei me inhoudelijk met de grote problemen. Ik hoef die problemen niet zelf op te lossen, maar daag de verschillende mensen stevig uit op de inhoud", licht Van den Brink toe.

Het mooiste is toch als kennis, vaardigheden en het samenwerken van teams de basis vormen van een nieuwe machine.

TU/e-eredoctor Martin van den Brink


"Ik probeer tot de kern van de zaak door te dringen door dingen simpel te benaderen en te blijven doorvragen. Je moet hoofden bijzaken scheiden en alleen energie spenderen aan echte, wezenlijke problemen. Daar ligt voor mij de kern. Het mooiste is toch als kennis, vaardigheden en samenwerken van teams de basis vormen van een nieuwe machine."

System engineering aan de TU/e - erepromotoren over de eredoctor

Hoogleraar Control System Technology Maarten Steinbuch is een erepromotor van Van den Brink. Steinbuch: "Ik vind het heel belangrijk dat wij Martin van den Brink laten zien hoezeer wij waarderen wat hij heeft gedaan en waar hij voor staat."


"Ik zou graag met hem het systeemdenken op onze universiteit nog duidelijker op de kaart te zetten. We hebben al een opleiding Automotive (bachelor en master, red.) en de faculteit Biomedical Engineering die over vakgebieden heengaat."

"Systeemdenken past echt bij onze universiteit, als onze kern. Ik wil nadenken hoe wij dat als universiteit nog beter op de kaart kunnen zetten, bijvoorbeeld met een bachelor en/of master System Engineering. Daar zou ik graag eens over willen doorpraten met hem."

Decaan Mechanical Engineering Patrick Anderson is samen met Steinbuch erepromotor van Van den Brink. "We geven hem het eredoctoraat vanuit de mechanica en mechatronica, maar zijn verdiensten zijn natuurlijk veel breder."

"Werktuigbouwkunde is historisch gezien al vaak de plek waar alle andere disciplines samenkomen en samenwerken. Denk aan de mechatronica en system engineering, maar zeker ook de voetbalrobots bij de RoboCup", vervolgt Anderson. "Hij is echt een ambassadeur van het multidisciplinair samenwerken in de techniek."

Steinbuch: "Ik bewonder Van den Brinks doorzettingsvermogen en vasthoudendheid. En hoe hij in staat is zowel met de klant en zijn behoeften bezig te zijn, nu en over tien jaar, maar ook heel diep in de techniek te zoeken naar oplossingen. Bij hem staat het systeemdenken centraal en dat heeft hij nooit losgelaten."

"Hij geeft zelf toe dat hij verslaafd is aan het oplossen van complexe problemen", vult Anderson aan. "Je hebt zo’n drive nodig om dat soort problemen te kunnen en willen oplossen. In het boek Focus, waarin het verhaal van ASML wordt verteld, las ik dat aan het einde van een werkdag het team naar huis ging. Maar Martin bleef vaak, om toch te proberen het probleem waaraan ze hadden gewerkt, op te lossen."

Steinbuch vervolgt: "Een manager die de techniek in depth snapt, dat zien we graag. Dat is natuurlijk ook ons model hier in Europa, maar hij is daarin echt bijzonder in Nederland. Dat leidt tot ongeëvenaarde resultaten."

Anderson: "In het boek las ik ook dat hij geen briljante student was op de middelbare school. Hij is met doorzettingsvermogen gekomen en heeft zo zijn bachelor en master afgemaakt. Hij laat zien dat cijfers op school zijn dus niet bepalend zijn voor wat je kunt bereiken. Dat vind ik een belangrijke boodschap. Je moet breder kijken naar studenten, naar de totale competenties van een persoon."

"Het leuke aan ons gesprek met Martin vond ik dat hij de techniek weliswaar diepgaand begrijpt, maar toch elke keer terugkomt op wat betekent het betekent voor de klant", besluit Steinbuch.

"Dat einddoel verliest hij nooit uit het oog. Dat brengt mij ook op de 4e generatie universiteit , waarbij we niet meer alleen onze eigen nieuwsgierigheid volgen, maar juist de uitdagingen vanuit de maatschappij naar binnen halen en ons mede daardoor laten inspireren. Zo kunnen we goed combineren wat wij als wetenschappers leuk onderzoek vinden en wat van nut is voor de maatschappij."

Vlnr.: Maarten Steinbuch en Patrick Anderson. Foto’s: Angeline Swinkels

Is er een ’geheim van ASML’

Van den Brink antwoordt: "Ik weet niet of er een geheim van ASML is. En succes is achteraf altijd gemakkelijk te duiden. Je weet nooit of het gaat lukken, het is altijd spannend."

Succes komt niet door één persoon. Het gaat om het team en iedereen in dat team.

TU/e-eredoctor Martin van den Brink


"Het is ook niet zo dat dat succes door één persoon komt. Het team is belangrijk en iedereen in dat team. Elk onderdeel van onze machine is door heel veel verschillende mensen in veel verschillende bedrijven en afdelingen gemaakt."

"Ze hebben allemaal allerlei problemen moeten oplossen, wellicht wat slapeloze nachten gehad. De regie houden, alle stukken samenvoegen en uiteindelijk een werkende machine krijgen, dat is het resultaat van ultiem teamwerk."

Research Day 2024: Celebrating Science!

De TU/e kent dit jaar twee eredoctoraten toe - aan Martin van den Brink en aan Karen Scrivener. Deze worden uitgereikt tijdens de TU/e Research Day op donderdag 13 juni in de Blauwe Zaal van het Auditorium.

Op deze dag zijn er verschillende activiteiten waarbij we het onderzoek dat wij aan de TU/e doen in de spotlight zetten. Naast de ceremonie voor de eredoctoren, staan een keynote ’Shaping the Future with AI’ door Carlo van de Weijer, de uitreiking van de TU/e Sciences Awards, en uiteraard toespraken van beide eredoctoren op het programma.

Bekijk het hele programma van de Research Day

Trots op de complexe systemen

Van den Brink is trots op verschillende werktuigbouwkundige of mechatronische onderdelen van de ASML-machines. Bij ASML maken ze lithografiemachines voor het produceren van computerchips , en dan met name de wafersteppers en -scanners die met UV of EUV licht de schakelingen en patronen printen op de schijf silicium (wafer).

Later in het productieproces worden die wafers in kleine stukjes gezaagd om de individuele chips los te maken. Op zo’n wafer zitten dus heel veel chips bij elkaar.

"Er zitten veel complexe systemen in onze machines waar we als bedrijf trots op mogen zijn. In de begintijd boekten we veel vooruitgang met de dynamische simulatie van de waferstage (de tafel waarop de siliciumschijven door de machine bewegen, red.). Die gebruikten we om de aansturing van de waferstage en de interactie met de rest van de machine de optimaliseren."


"Hierbij introduceerden we ook digitale controlesystemen zodat we het regelsysteem ook makkelijker in de optimalisatie konden meenemen. En waar nodig specifiek voor de machine in kwestie. De competentie die we toen ontwikkelden, hebben we over de 35 jaar die daarop volgden, kunnen uitbouwen. Dat gaf ons een groot voordeel om de productiviteit en nauwkeurigheid van onze systemen te verbeteren."

Hoe belangrijk is system engineering bij ASML?

Van den Brink is duidelijk over het belang van system engineering. Een eigen vakgebied dat juist gaat over het samenwerken tussen alle technische disciplines om samen een probleem op te lossen.

"In mijn eerste grote project was ik projectleider voor alignment en reticle handling van de 6" wafer PAS 2500", legt Van den Brink uit. Daarmee was hij destijds verantwoordelijk voor hoe de maskers (reticles) met de chippatronen door de machine bewogen en uitgelijnd werden op het al eerder geprintte lagen van de chip.

"We hadden toen nog geen formeel system engineering-proces of formele system engineering-organisatie", legt Van den Brink uit. "Toch probeerden we al met meerdere teams samen te werken, vanwege de grootte van het project en de tijdsdruk. Dit is ons uiteindelijk gelukt door intensieve samenwerking tussen de teams en individuen. Het werd echter ook duidelijk dat deze informele werkwijze bij de PAS 2500 zijn grenzen had en niet verder schaalbaar was."

Schaalbaarheid was essentieel voor het jonge ASML, dat steeds grotere en complexere machines wilde maken. Tijd voor een andere manier van samenwerken.

"Hierna heb ik met een aantal, toen inmiddels senior system engineers, de afdeling system engineering opgezet en hebben we een engineering proces binnen ASML uitgedacht. Toen we door de markt eind jaren tachtig geforceerd werden het volgende stepperplatform te creëren, het PAS 5500 platform dat 8" wafers aankon, zijn we begonnen met dit compacte systeem."

"We zonderden ons af in een ander gebouw en we specificeerden het totale systeem. Dat deelden we modulair op in subsystemen zodat we effectief met zo’n vijftien teams parallel konden werken aan de losse modules. Intussen werden de totale systeemintegriteit en de interfaces tussen de teams bewaakt door systeem engineering. Zowel tijdens de ontwerpfase, als ook toen het systeem gebouwd en gekwalificeerd werd."

Modulair werken en integreren werd de norm

Aan de ontwikkeling van de lichtbron voor extreem ultravioletlicht (EUV) is ruim twintig jaar gewerkt bij ASML en hun partners. Veel mensen in zowel de wetenschap als in de semiconductorwereld waren ervan overtuigd dat het ze nooit zou lukken om dit licht stabiel op te wekken, te richten en met voldoende kracht een afbeelding op een siliciumschijf te printen.

Dankzij de vasthoudendheid en visie van Van den Brink, toen al Chief Technical Officer binnen ASML, en partners zoals TSMC, is het ze toch gelukt. Met die EUV-machines worden nu de chips geproduceerd voor de nieuwste smartphones.

Van den Brink licht één cruciaal moment in die ontwikkeling uit. "Onze manier van modulair werken en integreren hebben we over de jaren uitgebouwd. Het is een van de sleutels geweest in het beheersen van de systeemcomplexiteit en realisatietijd. Ook bij het samenwerken en samen ontwikkelen met technologiepartners en leveranciers profiteerden we van deze aanpak."


"Jaren later, bij de realisatie van de EUV lichtbron bij Cymer (Amerikaanse toeleverancier die later deels werd overgenomen door ASML, red.) eind jaren ’00 bleek dat zij deze werkwijze niet kenden. Dit bleek een grote bottleneck te zijn bij de integratie van de EUV-lichtbron. Toch een lichtbron die een orde van grootte complexer was dan onze ’oude’ UV-lasers."

"Toen we dat doorhadden, was dat de basis voor de beslissing om Cymer aan te kopen. Zo kregen we de controle over de werkwijze daar en konden we onze systeem engineering aanpak bij Cymer invoeren. Dat heeft, samen met andere verbeteringen, uiteindelijk geleid tot een succesvolle EUV source realisatie. System engineering is daarmee essentieel gebleken voor ASML."

RoboCup 2024

Eind juli vindt in Eindhoven het WK voor robots plaats: de RoboCup 2024. Zowel de TU/e als ASML doen mee met eigen teams. Wat vindt Martin van den Brink van de RoboCup? En gaat hij ook kijken bij de wedstrijden dit jaar?

Van den Brink "Ik ben in 2012 getuige geweest van de finale van de RoboCup tussen het Eindhovense team en een team uit Iran. Toen ik de kwaliteit van de robotsystemen van beide zijden zag, vreesde ik het ergste voor de Eindhovenaren. Het was mij duidelijk dat het team uit Iran de meer robuuste en sterkere robots had die die van de Eindhovenaren makkelijk omver liepen. De robots waren ook agressiever geprogrammeerd.

Tijdens de wedstrijd bleek dat de systeemsoftware en optimalisatie van de Eindhovenaren veel beter was wat zijn weerslag had in de uitslag van 4-1 voor de Eindhovenaren. Dit was voor mij een bevestiging dat totale systeemoptimalisatie wint van suboptimalisatie. Verder moeten we technologie zoals ontwikkeld in landen zoals Iran niet onderschatten."

Advies voor aanstormende ingenieurs

"Het valt me op dat ingenieurs die nu afstuderen veel meer specialisten zijn, gefocust op één onderdeel van de techniek of wetenschap. Het is lastiger geworden voor ingenieurs om een compleet beeld te hebben van de technologie in hun vakgebied. Het is ook een stuk complexer geworden natuurlijk. En dus moet er nog meer samengewerkt worden."

"Daarom vind ik het denken in systeemarchitectuur zo belangrijk. Een complex systeem raakt altijd meerdere disciplines en je moet de implicaties van jouw oplossing (als mechanical engineer, red.) voor ander disciplines snappen. Je kunt geen enkel probleem puur vanuit één vakgebied oplossen."

Je kunt geen enkel probleem puur vanuit één vakgebied oplossen.

TU/e-eredoctor Martin van den Brink


"Knip een systeem waaraan je werkt of dat je wilt ontwerpen op in modules of competenties en doorgrond de interacties. En leer om een multidisciplinair team te leiden, waarin mensen elkaar uitdagen en inspireren", zo luidt Van den Brinks advies.

"Tegelijkertijd blijft het belangrijk om ook kennis te hebben van gedetailleerde engineering. Denk aan het maken van verbindingen zoals lassen, bouten, lijmen. Maar ook aan andere designprincipes zoals het vermijden van slip-slick en wrijving in nauwkeurige positioneringontwerpen. Een goede system engineer dient overzicht te hebben en voldoende kennis van de details om het geheel te kunnen optimaliseren."

Als je op problemen stuit, denk dan in oplossingen, nooit in excuses.

TU/e-eredoctor Martin van den Brink


"Ik merk wel dat de computersimulaties, die we maken om problemen te doorgronden of oplossingen voor technische problemen te analyseren, al dan niet met kunstmatige intelligentie (AI, red.), steeds lastiger te doorgronden zijn."

"Als je niet precies begrijpt wat er in een simulatie gebeurt, dan is het extreem moeilijk om een experiment of meetopstelling te bouwen. Dat heb je nodig om in de praktijk het (on)gelijk van de simulatie aan te tonen. Dit laatste is wél nodig om met alle simulatie en AI-systemen uiteindelijk problemen in de praktijk op te lossen."

"Het doorgronden van de basisprincipes van veel verschillende competenties zoals fysica, optiek, mechanica, thermisch, chemie en anderen, blijft belangrijk en is vaak nodig om vervolgende de simulaties en AI-systemen weer te verbeteren."

Van den Brinks advies voor aankomende ingenieurs: "Blijf altijd nieuwsgierig, je moet dingen willen snappen. En als je op problemen stuit, denk dan in oplossingen, nooit in excuses. Wees creatief en zet altijd door. Heb lef, ga op onderzoek uit en maak fouten waar je heel snel van leert."

Wat gaat de toekomst nog brengen?

Op de vraag wat Van den Brink nog eens zou willen maken of onderzoeken als hij onbeperkte mogelijkheden had, antwoordt hij: "Je suggereert dat ik interesse zou hebben in laboratoriumexperimenten. Mijn interesse ligt meer bij systemen en systeemintegratie."

Ik zou wel een totale energietransitie-systeemoptimalisatie willen doen. Dat lijkt me een nuttige uitdaging. TU/e-eredoctor Martin van den Brink


"Tijdens mijn studie, veertig jaar geleden, heb ik gewerkt aan de optimalisatie van een stadsverwarmingssysteem. Dat deed ik toen al vanuit de overtuiging dat de energietransitie van het nut is voor de samenleving."

"Dat zou ik wel weer willen oppikken. De totale energietransitie-systeemoptimalisatie te doen, waarbij we voor hooguit de helft van het geld minstens het dubbele positieve milieueffect kunnen creëren. Dit vraagt wellicht om een totaal omdenken van hoe de energietransitie vormgegeven en georganiseerd moet worden. Maar dat lijkt me een nuttige en interessante uitdaging, ja."