Afscheidsrede Marius Meeus: ’Verbreding en openbaarheid prestatiebeoordeling bedrijven zorgt voor hoogste prestatiedruk ooit’

Bedrijven liggen meer dan ooit onder een publiek vergrootglas. De toegenomen openbaarheid van prestaties is een belangrijke verklaring voor de hoogte prestatiedruk ooit in het bedrijfsleven. "Waar vroeger het individuele bedrijfsbelang voorop stond, hebben bedrijven nu en in de toekomst in toenemende mate te maken met collectieve belangen. Dat vraagt om reflectie en heroriŽntatie." Dat betoogt hoogleraar Strategie, Leren en Innovatie Marius Meeus in zijn afscheidsrede op vrijdag 24 november aan Tilburg University.

Al meer dan 30 jaar doet Marius Meeus onderzoek naar adaptatie van bedrijven. Sinds de jaren 50 van de vorige eeuw krijgen bedrijven in toenemende mate te maken met prestatiedruk, zo stelt de scheidend hoogleraar. In zijn afscheidsrede schetst hij de belangrijkste factoren die†de aard en intensiteit van prestatiedruk binnen bedrijven hebben veranderd en nog meer zullen veranderen in de nabije toekomst.

Prestatiedruk: van intern, naar extern opgelegd, naar openbaar†

Opvallend is de ontwikkelingsgang binnen bedrijven in de afgelopen decennia, aldus Meeus: "Aanvankelijk werden bedrijfsdoelen intern geformuleerd. Later zagen we steeds vaker dat doelen vaker extern werden opgelegd. Tegenwoordig zien we dat bedrijfsprestaties publiekelijk onder een vergrootglas liggen. Dit brengt onvermijdelijk hoge druk met zich mee." Collectieve belangen, zoals duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen, leiden tot nieuwe verwachtingen en eisen waar bedrijven aan dienen te voldoen. "Winst en omzetdoelen worden aangevuld met sociale, ecologische en duurzaamheidsdoelen, wat leidt tot verhoogde prestatiedruk." Ter illustratie noemt hij de nieuwe duurzaamheidsrichtlijn Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), dat kijkt naar CO2 uitstoot, sociaal kapitaal, mensenrechtenschendingen en de invloed van het bedrijf op biodiversiteit.†

Toegenomen druk door rankings en product recalls†

Ook de groei van de ranking-industrie door externe partijen is een belangrijke factor van verhoogde prestatiedruk in het bedrijfsleven, betoogt Meeus. "Openbare rankings zijn sterk van invloed op de reputatie van een bedrijf. Wie laag scoort, wordt gedwongen tot publieke verantwoording." Dat geldt ook voor de openbaarheid van het terugroepen van producten door tekortkomingen. "Deze factoren en het feit dat al deze gegevens openbaar zijn, zorgen voor de grootste druk voor bedrijven ooit. En het zal alleen maar meer worden in de toekomst."

Prestatiedruk onvermijdelijk voor bedrijven

Volgens Meeus is, anders dan in andere sectoren, prestatiedruk voor bedrijven onvermijdelijk. "Waar in het onderwijs en de sport presteren en prestatiedruk ter discussie staan, zien we in het bedrijfsleven dat het afzien van presteren en de druk die dat met zich meebrengt geen optie is, als je relevant wil blijven, wil innoveren en vooruit wil. Prestatiedruk stopt daarom nooit."

Marius T.H. Meeus

Hoogleraar ’Strategie, Leren en Innovatie’, Departement Organisatiewetenschappen, TSB

In 1985 studeerde Marius T.H. Meeus cum laude af aan de Faculteit Sociale Wetenschappen (KUB). In 1994 promoveerde hij cum laude. Vanaf 2006 is hij hoogleraar bij het Departement Organisatiewetenschappen, Faculteit Sociale en Gedragswetenschappen (TiU). Meeus publiceerde in meerdere journals en was (mede-)oprichter en bestuurslid/directeur van ECIS (Eindhoven Center for Innovation Studies, TUe), Copernicus Instituut (UU), CIR (Center for Innovation Research, TiU). Van 1988 tot 2001 werkte Meeus met de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij, de Kamer van Koophandel en het Innovatiecentrum Eindhoven samen om de innovatiekracht van de regio’s Midden en Zuidoost Brabant te meten. In twee 3e geldstroom projecten voor het IOP-programma van het Ministerie van Economische Zaken (MinEZ), werden netwerken geÔnventariseerd van organisaties betrokken bij mens-machine interactie en beeldverwerking. Meeus nam deel aan NWO-commissies voor VENI, VIDI en VICI-subsidies. Hij was commissielid bij De Raad voor de Volksgezondheid over innovatie in de zorg en lid van een Tweede Kamer panel over Innovatiebeleid van MinEZ. Ook is hij lid van de klankbordcommissie van het SPRONG project van AVANS en Fontys, dat van 2022 tot 2027 de transitie naar een circulaire economie in Brabant onderzoekt met diverse Living Labs.