Ook bodemdieren en insecten ondervinden effecten van stikstof

Meer stikstof in het milieu (door bijvoorbeeld kunstmest) heeft niet alleen effect op planten, maar ook op bodemdieren en insecten. De diversiteit van rondwormen neemt af in stikstofrijkere gebieden en sommige geleedpotigen nemen in aantallen af. Andere soorten geleedpotigen profiteren juist van de extra stikstof. Daarbij kan klimaatverandering de negatieve effecten van stikstof versterken. Dat concludeert een groep onderzoekers van de Radboud Universiteit, waaronder Juan Gallego-Zamorano en Aafke Schipper, uit een meta-analyse van 126 onderzoeken wereldwijd.

Gallego-Zamorano: ’We weten dat het niet goed gaat met veel soorten wilde planten als de hoeveelheid stikstof in de bodem kunstmatig verhoogd is, bijvoorbeeld door kunstmest. Maar er is nog weinig duidelijkheid over de effecten van stikstof op de dieren die in of op deze bodem leven.’ Om dat te onderzoeken analyseerden hij en zijn collega’s de resultaten van 126 studies wereldwijd, die allemaal de hoeveelheid soorten en het aantal voorkomende rondwormen en geleedpotigen (zoals sprinkhanen en spinnen) telden in en op bodems waar wel of geen stikstof aan was toegevoegd. Daarmee is er nu voor het eerst een algemeen overzicht van de effecten van stikstof op deze twee groepen ongewervelde bodemdieren.

Sprinkhanen

Uit de meta-analyse van de 126 studies blijkt dat het toevoegen van stikstof ervoor zorgt dat het aantal soorten rondwormen afneemt. Daarnaast leidt een grote hoeveelheid stikstof tot een afname van de hoeveelheid geleedpotigen die volledig metamorfoseren, zoals vlinders. Maar er zijn onder de geleedpotigen ook dieren die juist profiteren van de toegevoegde stikstof. Schipper: ’Geleedpotigen die geen volledige metamorfose doormaken, zoals spinnen of sprinkhanen, lijken het juist goed te doen bij meer stikstof en nemen in aantallen toe.’

Stikstof en klimaat

De geanalyseerde studies vonden overal ter wereld plaats, waardoor de onderzoekers van de Radboud Universiteit konden bekijken in hoeverre de effecten van stikstof verschillen in diverse klimaten. Ze concludeerden dat temperatuur een rol speelt, net als de hoeveelheid regen. ’Een hogere temperatuur versterkt het negatieve effect van veel stikstof op insecten met volledige metamorfose, zoals vlinders. En hoe natter het is, hoe minder negatief de effecten van stikstof op rondwormen waren, waarschijnlijk als gevolg van uitspoeling van stikstof vanuit de bodem’, legt Schipper uit. Deze resultaten laten zien dat klimaatverandering de negatieve effecten van stikstof kan versterken door hogere temperaturen en droogte.

Gewassen

De effecten van stikstof pakken dus bij verschillende dieren in verschillende klimaten anders uit: sommige dieren profiteren ervan, terwijl het andere lastig wordt gemaakt. Gallego-Zamorano: ’Maar het lijkt erop dat vooral de insecten met volledige metamorfose de nadelige gevolgen van stikstof ervaren. Daar vallen onder andere bestuivers onder, die van cruciaal belang zijn voor veel gewassen. En bepaalde soortgroepen die niet goed zijn voor gewassen - zoals sprinkhanen - lijken te gedijen op stikstof. Als je daar nog klimaatverandering bij optelt, wat de negatieve effecten van stikstof versterkt, zou een kunstmatig hoge hoeveelheid stikstof in de bodem een risico kunnen zijn voor onze voedselvoorziening.’

Foto: Raymond Sluiter